Wat ik morgen zal zeggen

15 juli 2010

De blauwe nacht moet een teken zijn.
De dennen staan scherp geslepen,
het asfalt is glimmend en leeg.

Straks, zul je zien, komen de wachters,
ze stellen mij vragen, natuurlijk
nu is de weg nog gesloten maar dan

zal ik de antwoorden weten, ik heb niet
voor niets mijn blote jurk aangetrokken
mijn ogen gitzwart omlijnd.

Verblinden doe ik ze, met mijn schoonheid
van maniertjes en lachjes, dat zal ze leren
de weg voor mij vrij te maken.

Op het holle klikken van mijn hakken,
heupwiegend rijm, wijken ze, glurend naar
mijn benen, als vanzelf uiteen.

Laat me door, ik ben er bijna

Advertenties

Onder het tafel dekken

15 juli 2010

Jij graaft een vijver in de tuin
en daar sta je, gekromd.

De zon gaat onder achter je rug,
het lijkt of je schaduw schept.

Ik hoor het geluid van je schop in de grond
alsof er iets staat te gebeuren.

De wrikkende stilte.
Aarde op aarde.

Een geur drijft naar binnen
avondlucht om een gat mee te vullen

voor morgen,  twee borden op tafel.